U bent hier

Identiteit, imago, eenheidsworst

Oorbellen, tatoeages, auto’s, telefoons, lieven, online profielen... Zoveel manieren om je te onderscheiden van de massa en je persoonlijkheid te uiten. Het geeft de wereld kleur. Letterlijk en figuurlijk. Maar op de werkvloer? Daar is het grijsheid troef. Ook al is het als bedrijf ook belangrijk om je te onderscheiden van je concurrenten, en in het onderbewustzijn van je potentiële klanten te kruipen. Want als mensen niet weten dat je bestaat, gaan ze ook je blikken conserven niet kopen.

Natuurlijk is de basis van een vlot draaiend bedrijf goede kwaliteit en een gunstige prijszetting. Hoewel, voor een bloemenwinkel blijkt de basis potgrond te zijn, maar dat is een heel ander verhaal (Alles moet weg, Tom Lanoye). Maar er is meer, veel meer. Het zijn immers niet altijd de beste of goedkoopste producten die het populairst zijn. Een bedrijf moet zich, naast die prijs-kwaliteitsverhouding, ook presenteren en onderscheiden.

De vertegenwoordigers van de bedrijven die ik dagelijks over de vloer krijg, worden allemaal in hetzelfde -vaak te grote- pak gestopt. Het doet me denken aan de mondelinge examens die ik als puisterige puber in gloednieuw kostuum aflegde. Prettig was anders! Banken doen er alles aan om professioneel en betrouwbaar over te komen, maar nemen wel de persoonlijkheid van hun personeel weg. Ze geven duizenden euro’s aan publiciteit om zich te onderscheiden, maar dwingen hun personeel in een gekopieerd keurslijf. Het zijn allemaal dezelfde, net te gladde poppetjes. Ik word er warm noch koud van.

Een oude rocker met lang haar kan vol vuur en passie over Bruce Springsteen vertellen. Maar toch evengoed deskundig advies verlenen over een hypothecaire lening? En de computer-nerd met Star Wars-verslaving is misschien de meest bekwame ICT’er van het ganse bedrijf. Daar hoeft hij heus geen nieuwe schoenen voor te dragen. En is een op en top klantvriendelijke jongedame in sneakers niet veel beter dan het afgeborstelde dametje met de nodige verwaandheid in woord en daad?

Augustus 2013, 35 graden in de Kempen, maar de meerderheid werkt met lange broek. Omdat het zo hoort. Zonder nadenken, zonder protest. Zouden er echt klanten bestaan die het raar vinden dat het personeel bij deze temperaturen een bermuda draagt? Gezond verstand? Iemand?

Slechts weinig bedrijven voeren een gedrags- en dresscode in omdat het bij hun imago past. De meesten doen het uit angst. Angst om mensen tegen de borst te stoten, of de kop boven het maaiveld uit te steken. Laten we maar onopvallend doen in woord en beeld, dan draaien we wel mee door. En wij medewerkers? Wij voeren braafjes uit. We zijn immers afhankelijk van hogerhand, van hen in de ivoren toren.

Een Antwerps burgemeester kan het zich wel veroorloven om zonder hemd en das te werken. En meneer Apple zwoer bij zijn zwarte trui. Of wat denk je van de jonge voetballers met een lijf vol tatoeages, en kapsels die door geen enkel selectiebureau in overweging zouden worden genomen? Het kan en het mag. Want ze zijn onafhankelijk.

Het protest is bij deze -geweldloos- uitgebroken. ‘Te’ is nooit goed, maar laat je zien en wordt opgemerkt. In alle kleuren, geuren en maten. In ‘Het Eiland’ deden ze het met een groene das, maar wees vooral je creatieve zelf. Start!